Heupdysplasie met mogelijke heupluxatie
Heupdysplasie is een aangeboren afwijking en komt voor bij ongeveer 20 op de 1000 pasgeborenen. Bij heupdysplasie is de heupkop onvoldoende overdekt door de heupkom. De kop zit wel op de juiste plaats in de kom, maar de kom (en soms ook de kop) is onvoldoende ontwikkeld. Daardoor past het heupgewricht niet goed in elkaar en werkt het minder goed. Hierdoor slijt de heup vaak al op (jong)volwassen leeftijd.

Heupluxatie
Bij een heupluxatie is de heupkop uit de heupkom. De heupkop komt dan vaak boven de heupkom te staan. Bij heupluxatie is er ook altijd sprake van een heupdysplasie. Heupluxatie komt voor bij ongeveer 1 op de 1000 pasgeborenen. Behandeling is noodzakelijk, omdat bij een heupluxatie het heupgewricht in een vroeg stadium slijt.
De consultatiebureau-arts of huisarts
De consultatiebureau-arts (of uw huisarts) controleert of uw kind de beentjes goed kan spreiden en of er een verschil in de lengte van de beentjes is. Wanneer één van deze symptomen aanwezig is, of als uw kind behoort tot de risicogroep, vindt er extra onderzoek plaats om na te gaan of er sprake is van heupdysplasie/heupluxatie. Zij verwijzen u daarvoor door naar een orthopeed. De orthopeed doet verder onderzoek, waarbij hij bijvoorbeeld gebruik kan maken van een röntgenfoto of van echografie. Het is heel belangrijk om heupdysplasie tijdig te behandelen, om vroegtijdige slijtage van de heup en pijnklachten op volwassen leeftijd te voorkomen.
Toch kan het zijn dat een heupdysplasie pas op latere leeftijd wordt ontdekt. Heeft uw kind heup-, lies- of beenklachten? Dan kan het zijn dat uw huisarts uw kind naar een orthopeed verwijst. Deze orthopeed gaat dan na of er bij uw kind sprake kan zijn van heupdysplasie. Mocht dit zo zijn, dan is de behandeling anders dan bij baby’s.
Oorzaak
Het is niet precies bekend wat de oorzaak van een heupdysplasie of -luxatie is. Waarschijnlijk is het een combinatie van meerdere factoren. Het is wel bekend dat de kans op heupdysplasie (eventueel met heupluxatie) groter is in de volgende gevallen:
Als het kind bij de geboorte in stuitligging heeft gelegen
Als er in de familie aangeboren heupafwijkingen voorkomen
Heupdysplasie komt vaker voor als je de eerstgeborene bent
Heupdysplasie komt vaker voor bij meisjes dan bij jongens
Erfelijkheid
Een aangeboren heupdysplasie is erfelijk. Vooral als één van de ouders of een broertje of zusje heupdysplasie heeft gehad, is het zinvol om een volgend kindje te laten controleren op heupdysplasie. Overleg dit met de consultatiebureau-arts of uw huisarts.
De diagnose voor de behandeling
Behandelingen
Gipsbroek
Als nabehandeling van een operatie of als behandeling van een heupluxatie, krijgt uw kind een gipsbroek. Dat vraagt om een aantal aanpassingen in uw thuisomgeving waardoor u bijvoorbeeld zo min mogelijk laag hoeft te tillen en zoveel mogelijk voorbereid bent op de problemen die u tegen kunt komen.
Spreidbroekje
Er is bij uw kindje een heupafwijking vastgesteld, genaamd heupdysplasie. De heupjes hebben zich tijdens de zwangerschap niet goed kunnen ontwikkelen. Uw kindje krijgt als behandeling een spreidbroekje. Hier leest u informatie en praktische tips.
Heupbehandelingen op de operatiekamer
Onlangs is op de polikliniek Orthopedie bij uw kind een aangeboren heupafwijking geconstateerd. Er zijn verschillende manieren waarop we deze heupdysplasie of heupluxatie kunnen behandelen. Een behandeling op de operatiekamer (OK) behoort tot de mogelijkheden. De behandeling is uiteraard toegespitst op de specifieke situatie van uw kind.
