Algemene informatie over anesthesie
Orthopedische operaties zijn vaak pijnlijke ingrepen. Goede pijnstilling rondom de operatie is daarom erg belangrijk. Er zijn verschillende manieren om de pijn na een operatie zo veel mogelijk te verlichten.
Wat doet de Anesthesioloog?
De anesthesioloog is één van de medisch specialisten in het ziekenhuis die betrokken is bij de zorg voor patiënten (voor, tijdens en na een operatie). De anesthesioloog houdt zich bezig met:
Uw verdoving en/of narcose
Het stabiliseren van uw vitale lichaamsfuncties (ademhaling, bloedsomloop en temperatuur) tijdens en na uw operatie
Pijnbestrijding
De anesthesioloog zorgt er verder voor dat u voor uw operatie in optimale conditie bent. Hij of zij geeft u voorlichting over de anesthesie, bepaalt in overleg met u de meest geschikte vorm van verdoving en spreekt de pijnbestrijding voor na de operatie af. Tijdens de operatie bewaakt een anesthesiemedewerker onder verantwoordelijkheid van de anesthesioloog uw lichaamsfuncties.
Nuchterbeleid
Het is belangrijk nuchter te zijn tijdens de operatie om de kans op verslikken te verkleinen. We noemen dit aspiratie. In dat geval komt de maaginhoud via de slokdarm omhoog en kan in de longen terechtkomen met voor u nadelige gevolgen.
U wordt 1 werkdag van te voren gebeld en krijgt dan te horen tot hoe laat u mag eten en drinken.
Wij hanteren over het algemeen de volgende regels:
Voor vast voedsel, melkproducten (zoals koffiemelk) en vruchtensappen met vruchtvlees moet u minimaal 6 uur nuchter zijn.
Voor water (eventueel met koolzuur), vruchtensappen zonder vruchtvlees, limonadesiroop, thee en zwarte koffie (eventueel met suiker) geldt 2 uur.
Om een vochttekort te voorkomen is het bovendien aan te bevelen dat u deze heldere vloeistoffen in normale hoeveelheden tot uiterlijk 2 uur voor de opnametijd nog drinkt.
De Maartensapotheek heeft met u afspraken gemaakt over welke medicijnen u moet stoppen en welke u moet doorgebruiken. De medicijnen die u moet doorgebruiken neemt u in met een slokje water op de tijden zoals u dat altijd doet.
Vormen van anesthesie
Er zijn verschillende vormen van anesthesie. Bij lokale anesthesie wordt alleen de te behandelen plek verdoofd. Dit wordt gedaan door uw behandelend arts. Het is altijd de anesthesioloog die de algehele of regionale anesthesie toepast. De vorm van anesthesie wordt vooraf met u besproken.
Algehele anesthesie (narcose)De anesthesioloog brengt u in een diepe slaap, zodat u niets van de operatie merkt. U slaapt zo diep, dat de ademhaling tijdelijk ondersteund wordt door een machine. U komt pas weer bij als de operatie voorbij is.
Regionale anesthesieDe anesthesioloog verdooft een deel van uw lichaam. Een bekende vorm is de ruggenprik (spinale anesthesie), waarbij het onderste deel van uw lichaam wordt verdoofd. Andere voorbeelden zijn verdovingen waarbij de anesthesioloog alleen uw arm, schouder, been of onderbeen verdooft. Dit noemen we ook wel een blokverdoving of perifere zenuwblokkade (locoregionale anesthesie). De regionale anesthesie kan, afhankelijk van de procedure en gezondheidstoestand, gecombineerd worden met een bepaald slaapniveau: wakker, roesje (sedatie) of algehele anesthesie.
Veelgestelde vragen over anesthesie
Voor sommige mensen is het een beangstigend idee dat zij buiten bewustzijn gebracht zullen worden. De vrees niet wakker te worden na de operatie (of juist wel tijdens de ingreep) heeft bijna iedereen in meer of mindere mate. U kunt er echter van verzekerd zijn, dat u tijdens de operatie voortdurend wordt begeleid door hooggekwalificeerd personeel en dat de belangrijkste lichaamsfuncties elke seconde in de gaten worden gehouden met behulp van moderne apparatuur. Hierdoor is de kans op dergelijke complicaties te verwaarlozen.
Het komt zelden voor dat iemand een ruggenprik als pijnlijk ervaart. De meeste mensen kijken op als het klaar is en zeggen: ‘Is dat nou alles?’.
U mag zelf bepalen of u alles mee wilt krijgen van de operatie. Veel patiënten denken dat zij bij een ruggenprik wakker moeten blijven. Dit is niet het geval. Als u dat wenst, kan de anesthesioloog een slaapmiddel toedienen waardoor u in slaap valt (sedatie). U hoeft dan niets mee te maken van de operatie. U kunt op elk moment tijdens de operatie kiezen om te gaan slapen. Het slaapmiddel staat namelijk constant gereed en werkt binnen enkele seconden. Van de operatie zelf kunt u trouwens niets zien, omdat die achter een steriel gordijn plaatsvindt.
U wordt op de voorbereidingsruimte opgevangen; de algemene voorbereidingen worden uitgevoerd. Hierna laat de anesthesioloog u meestal rechtop zitten en ontsmet uw rug. U krijgt een prik midden in uw rug. Door de naald wordt de verdovingsvloeistof ingespoten. Dit geeft een drukkend gevoel, maar is zelden pijnlijk. De ruggenprik duurt gemiddeld twee minuten, waarna u weer mag gaan liggen. Al na enkele minuten merkt u dat de verdoving begint te werken. Meestal bereikt deze na tien minuten haar optimale werking. In de meeste gevallen kunt u uw benen niet bewegen omdat de gevoelszenuwen én de bewegingszenuwen worden verdoofd. De verdoving werkt 2 tot 6 uur, al naar gelang er een kort- of lang werkend middel is gebruikt.
- Bij enkel / voet chirurgie
Wees erg voorzichtig met uw verdoofde enkel zolang u de pijnpomp draagt. Door de verdoving heeft u nauwelijks gevoel in uw geopereerde onderbeen/voet en ook de spierkracht in uw onderbeen/voet is minder.
Probeer het been zoveel als mogelijk hoog te houden en het geopereerde been niet te belasten.
Het is daarom belangrijk dat u zich verplaatst op een veilige manier, bijvoorbeeld met twee krukken of een rollator. Dit om te voorkomen dat u valt. Wanneer de verdoving uitwerkt, komt het gevoel en de kracht in uw been langzaam weer terug.
Let op: wanneer u de bolusknop heeft gebruikt, kan de doofheid toenemen en de spierkracht (weer) verminderen.
Voordat u naar huis gaat, kunt u met de fysiotherapeut van de Sint Maartenskliniek oefenen hoe u moet lopen met krukken. Als u gips heeft gekregen en/of niet mag belasten, is dat zeker van belang.Bij schouderchirurgieWees erg voorzichtig met uw verdoofde schouder/arm zolang u de pijnpomp draagt. Door de verdoving heeft u nauwelijks gevoel in uw geopereerde schouder/arm en ook de spierkracht in uw schouder/arm is minder.
Na de schouderoperatie is het daarom belangrijk dat u de arm in een sling of immobilizer draagt. Bij het liggen in bed kunt u onder de elleboog een kussentje leggen zodat de schouder niet naar achteren valt/ligt. Om te voorkomen dat de katheter verschuift, is het belangrijk dat u geen plotselinge bewegingen maakt met uw hoofd.
Let op: wanneer u de bolusknop heeft gebruikt, kan de doofheid toenemen en de spierkracht (weer) verminderen.
Het niet goed kunnen doorzuchten, kan horen bij de verdoving van de schouder. Indien deze klachten toenemen of zo vervelend worden dat u zich daar benauwd bij voelt, zet dan de pomp stil door eerst het klemmetje op het slangetje dicht te drukken. Het kan daarbij helpen om rechterop te gaan zitten en/of ademhalingsoefeningen te doen. Na enige tijd zullen de klachten afnemen en kunt u de toediening weer hervatten. Indien de klachten na een aantal uur niet verbeteren, of terugkomen na herstarten, kan de pomp definitief gestopt worden. Het kan na het stoppen dan nodig zijn om meer pijnstillers in tabletvorm in te nemen.
Meedragen van de pijnpompU kunt de pijnpomp met u meedragen in het bijbehorende heuptasje. De medicatie kan niet tegen vrieskou en ook niet goed tegen direct zonlicht. Als het vriest en u komt buiten, draag dan de tas met de pijnpomp onder uw jas. Ook is het van belang dat u de pijnpomp niet in het directe zonlicht legt en ervoor zorgt dat deze niet warmer wordt dan 38°C. ’s Nachts kunt u de pijnpomp bij u in bed leggen naast uw been of op uw hoofdkussen. De pomp mag niet op de grond liggen. Het is belangrijk voor de werkzaamheid, dat de pomp op gelijke hoogte met uw heup is.
DouchenDe pijnpomp is spatwaterdicht. Houd wel de pleisters bij uw wond en bij de katheter zoveel mogelijk droog, want deze laten los bij nattigheid. U kunt uzelf gewoon wassen. Wanneer u wilt douchen, dient u het geopereerde been droog te houden. Als u gips heeft gekregen, zal de verpleegkundige u instructies geven voor het douchen met gips.
Tabletten voor pijnstillingU krijgt na de operatie ook tabletten mee voor de pijnstilling thuis. Deze kunt u gelijktijdig met en naast de pijnpomp gebruiken. Neem de tabletten in zoals de arts u heeft voorgeschreven. U heeft van de arts ook extra tabletten gekregen voor ‘zo nodig’. Wanneer de pijn niet onder controle is met de pijnpomp en de voorgeschreven tabletten, kunt u een extra tablet nemen van de ‘zo nodig’ medicatie. Mogelijk heeft u de ‘zo nodig’ medicatie niet nodig of pas na het verwijderen van de katheter.
Tabletten tegen de pijn
Ondanks het gebruik van de pomp, kan het operatiegebied toch nog wat pijnlijk zijn. Daarom krijgt u na de operatie pijnstillende tabletten mee naar thuis.
Het recept bestaat uit verschillende medicijnen, de anesthesioloog vertelt u tijdens de screening welke u in mag nemen:
Paracetamol 1000mg (2 tabletten van 500mg), 4 keer per dag (om de 6 uur)
Etoricoxib (Arcoxia) 90mg, 1 keer per dag
Morfine 10 mg, 4 keer per dag zo nodig, alleen starten als u toch nog pijn ervaart, ondanks bovenstaande medicatie. Het kan ook mogelijk zijn dat als de verdoving van uw schouder of enkel uit gaat werken, u er alsnog mee moet gaan starten.
Bij het gebruik van paracetamol mag u geen andere medicatie gebruiken waar paracetamol ook in zit (zoals Panadol plus, Paradon, Saridon, Finimal en Zaldiar).
Bij het gebruik van Etoricoxib mag u geen medicijnen gebruiken als Naproxen, Ibuprofen en Diclofenac.
Morfine is een sterke pijnstiller. Daarvan kunt u wat licht in het hoofd worden en af en toe misselijk. Om die reden is het niet verstandig om na inname deel te nemen aan het verkeer.
Het afbouwen van de pijnmedicatie is het verstandigst in onderstaande volgorde:
Morfine: minder vaak innemen, dan wel stoppen
Etoricoxib : (en evt. maagbeschermer): stoppen
Paracetamol: minder vaak innemen en daarna stoppen.
Lekkage
Het kan gebeuren dat er verdovingsmiddel langs de katheter onder de pleister lekt. Dit kan geen kwaad. Als u bang bent dat de vloeistof onder de pleister vandaan komt, kunt u een schone doek of een stuk verband over de pleister leggen. Als de pleister losraakt door het lekken, kunt u deze met een verbandpleister extra stevig vastplakken.
U krijgt twee prikken, één aan de achterkant en één aan de voorkant van uw been. Het kan ook zijn dat de anesthesioloog kiest voor een tweede prik boven de bil van het te opereren been. Deze prikken zijn doorgaans niet pijnlijk. De anesthesioloog zoekt de zenuwbanen op met behulp van een echo en met kleine elektrische stroomstootjes. U voelt dit als schokjes door uw been; de spieren van uw been of de voet gaan trekken, zonder dat u hier iets aan kunt doen. Dit lijkt vervelend, maar het valt erg mee en het duurt maar enkele seconden. Als u tegen de prikken opziet of ze als vervelend ervaart, dan kan de anesthesioloog via het infuus een kortwerkend slaapmiddel toedienen. U merkt er dan weinig van.
De verdoving duurt een aantal uren (veel langer dan de operatie). Bij een operatie aan uw enkel of voet kan de verdoving zelfs tot de volgende dag duren. Dit is geen reden om u zorgen te maken.
(let op : als u een verdoving van een been en/of voet hebt gehad, bestaat er een risico van vallen! U kunt pas zelfstandig lopen als de verdoving volledig is uitgewerkt.)De verdoving gebeurt met een injectie in de oksel, onder of boven uw sleutelbeen of in uw hals. Deze injectie is niet vervelend. Tijdens het opzoeken van de zenuwen met behulp van een echo zult u door de arm naar de vingers ‘schokjes’ voelen. Uw arm en vingers bewegen dan vanzelf. Uw arm is meestal binnen tien minuten verdoofd. De verdoving duurt een aantal uren (veel langer dan de operatie). Soms kan de verdoving zelfs tot de volgende dag duren. Dit is geen reden om u zorgen te maken.
Een ruggenprik is in het algemeen net zo veilig of veiliger dan een algehele anesthesie. In het bijzonder de angst om verlamd te worden is niet gerechtvaardigd. Dit is een zeer zeldzame complicatie die overigens ook onder algehele anesthesie voor kan komen.
Misselijkheid is een vervelende complicatie van operaties en anesthesie. In zijn algemeenheid geldt: “Hoe lager de dosering van de middelen die wij gebruiken en hoe minder wij verdoven, des te kleiner de kans op misselijkheid. Sommige mensen zijn er helaas heel gevoelig voor en het is niet eerlijk om te beloven dat u niet misselijk zult zijn. Algehele anesthesie (narcose) veroorzaakt meer misselijkheid, de ruggenprik minder, en een arm- of beenverdoving het minst. Misselijkheid wordt behandeld met medicatie.
De meeste narcosemiddelen worden in het lichaam snel afgebroken en uitgescheiden. Na 24 uur is de hoeveelheid narcosemiddelen in uw lichaam te verwaarlozen.
De preoperatieve screening is 6 maanden geldig. Vindt uw operatie later plaats? Dan is een nieuwe preoperatieve screening nodig.
Bij meerdere operatiesHeeft u meerdere operaties nodig? Dan krijgt u voor elke operatie een aparte preoperatieve screening.
Als uw operatie op een andere locatie plaatsvindtSoms blijkt na de preoperatieve screening dat uw operatie toch op een andere locatie plaatsvindt. In dat geval nodigen wij u opnieuw uit voor een preoperatieve screening.
